“We hebben het over duurzaamheid zonder het d-woord te gebruiken”

In het pittoreske dorpje Handel, verscholen tussen uitgestrekte velden en kabbelende beekjes, woont een man die met stille, maar vastberaden stappen een groene revolutie ontketent. Bert Visser, een gedreven zestiger met een warm hart voor zijn gemeenschap en de aarde, is het levende bewijs dat één persoon met een visie een wereld van verschil kan maken. In zijn lokale dorpje nam hij het initiatief om het over duurzaamheid te hebben, zonder het over duurzaamheid te hebben. “We gingen het gesprek aan om gezondheid en sociale samenhang”. En dat leidde tot heel veel moois.

Diepe connectie met de natuur

Geboren in Volendam en later verhuisd naar Nijmegen, vond Bert zijn ware roeping pas echt toen hij zich in Handel vestigde. Zijn leven lang had hij een diepe connectie met de natuur, gevoed door zijn jeugd bij de verkenners waar hij leerde de bossen te respecteren en te beschermen. “Als kampwacht leerde ik alleen in het bos te zijn, luisterend naar de stilte. Die momenten hebben mijn leven gevormd,” vertelt Bert.

Naarmate hij ouder werd, ontstond zijn scherpe blik voor het grotere plaatje. Hij zag dat de wereld op een destructief pad was. Klimaatverandering, sociale tweedeling, en de teloorgang van biodiversiteit waren voor hem geen verre nieuwsitems, maar concrete problemen die bij zijn eigen voordeur begonnen. Bert was ervan overtuigd dat gezondheid en duurzaamheid hand in hand gaan, en daarom besloot hij dat het tijd was voor actie. Maar hoe breng je die boodschap in een dorp waar carnaval en traditie de boventoon voeren?

Vitaliteit én duurzaamheid gaan hand-in-hand

Het antwoord was verrassend eenvoudig: begin bij wat mensen kennen en breid dat langzaam uit. Bert richtte ‘Handel Vitaal’ op, een initiatief dat duurzaamheid benadert via de route van vitaliteit. “We praten over gezondheid, over het verrijken van ons eigen leven en dat van de planten en dieren om ons heen. Zonder het ‘d’-woord te gebruiken, hebben we het eigenlijk constant over duurzaamheid,” legt Bert uit.

Een subtiele maar effectieve aanpak, zo bleek uit de vele positieve reacties. Waar men eerst sceptisch was, zag Bert langzaam een bewustwording ontstaan. Hij begon gesprekken in zijn gemeenschap met vragen als ‘wat vinden jullie van gezondheid?’ Zo gingen de gesprekken niet alleen over het milieu. Mensen die nooit interesse hadden getoond in milieu-issues, begonnen vragen te stellen over hoe zij hun levensstijl konden aanpassen. Handel Vitaal werd een begrip in het dorp.

Sociale cohesie verbeteren

Bert stopte daar niet. Hij zag dat sociale cohesie net zo belangrijk was voor een gezonde gemeenschap. Dit leidde tot de oprichting van ‘Handel Sociaal’, een zusterinitiatief dat zich richt op het ondersteunen van dorpsgenoten die het moeilijk hebben. Van het organiseren van kerstpakketten tot het bijstaan van gezinnen die door COVID hun inkomen verloren, Bert en zijn team stonden klaar.

Want uit de dialogen die ontstonden, kwam naar voren dat de behoefte aan sociale samenhang groot was. “Je realiseert je dat mensen willen helpen, maar vaak niet weten hoe. Wij bieden die brug,” zegt Bert. En die brug bleek goud waard. Handel Sociaal is niet alleen een netwerk van hulp, maar ook van hoop. Het heeft gezorgd voor een vernieuwd gemeenschapsgevoel waarin men uitgaat van wederkerigheid en onderling vertrouwen.

Wat je als actieve bewoner kunt bereiken

Wat begon als een lokale beweging is uitgegroeid tot een inspirerend voorbeeld van wat actieve bewoners kunnen bereiken. De lokale overheid heeft weliswaar nog stappen te maken in het ondersteunen van dergelijke initiatieven, maar Bert blijft optimistisch. “Het gaat er niet om wat je alleen kunt doen, maar wat we samen kunnen bereiken,” benadrukt hij.

Een van de projecten waar Bert trots op is, is het ‘Herstelcafé’, waar mensen niet alleen hun kapotte spullen kunnen repareren, maar ook sociale contacten kunnen opbouwen en hun vaardigheden kunnen delen. “Het gaat om meer dan repareren; het gaat om herstellen van menselijke connecties,” legt hij uit.

Zijn filosofie van wederkerigheid, waarbij hulp niet alleen gaat om het geven maar ook om het ontvangen, heeft een diepe indruk achtergelaten in Handel. De inspanningen hebben niet alleen geleid tot een verbeterde leefomgeving maar ook tot een sterkere, meer verbonden gemeenschap.

De moed om anders te durven zijn

Op de vraag wat de toekomst brengt, is Bert optimistisch maar realistisch. “We moeten onze leefstijl veranderen, niet alleen voor ons, maar voor onze kinderen en kleinkinderen. Ik hoop dat we samen, als gemeenschap, de weg kunnen inslaan naar een duurzamere en socialer verbonden wereld.”

Bert is het levende bewijs dat verandering begint bij de moed om anders te durven zijn. Om te pionieren, lokale acties om te zetten tot gemeenschappelijke verantwoordelijkheden. In het kleine Handel heeft hij een grote beweging op gang gebracht, een beweging die laat zien dat we allemaal met een kleine stap kunnen beginnen om een verschil te maken. “Het begint met bewustzijn, met die eerste stap buiten je voordeur,” zegt Bert, terwijl hij plannen schetst voor meer groene ruimtes en gemeenschappelijke tuinen in Handel.

Verandering begint met bewustwording: kom ook in actie!

Bert zijn verhaal is een krachtig voorbeeld voor ons allen, een reminder dat verandering begint met bewustwording, betrokkenheid, en vooral, met elkaar. Het inspireert niet alleen de inwoners van zijn dorp, maar ook beleidsmakers en gemeenten om actieve bewoners zoals Bert te zien als cruciale partners in het streven naar een duurzamere en inclusievere samenleving.

Wil jij ook beweging in je buurt in gang zetten? Start je eigen actie! Buurkracht helpt je graag verder. Download de Buurkracht-app en zet met gemak jouw buurkracht in!

“Als buurman van nummer 5 samen de buurt verduurzamen”

“Als buurman van nummer 5 samen de buurt verduurzamen”

“Om je wijk leuk te houden, moet je er energie instoppen”, zegt Cyriel Vandeursen. Na diverse buurtinitiatieven met ondersteuning van Buurkracht, zet Cyriel zich nog altijd, samen met zijn buren, in om hun buurt in het Drentse dorpje Peize leuker te maken. “We gaan door totdat de buurt zo actief is dat de gemeente met de handen in het haar zit en denkt: wat een aanvragen!”

Geen flyer maar langs de deuren

Drie jaar lang werd het buurtteam van Cyriel begeleid door Buurkracht-buurtbegeleider Marjan. “Daarna zijn we naar de gemeente gegaan en hebben we het zelf opgepakt”, laat Cyriel weten. Met de kennis die Marjan hen bijbracht over de manier waarop je een buurtactie opzet, organiseerde Cyriel met zijn buurtteam een infraroodscan-actie.

“Als groepje van vijf zijn we op aanraden van Marjan langs alle deuren gegaan. We belden aan bij 210 adressen. Dus geen flyer in de bus, maar even een praatje. Ik keek er in eerste instantie echt tegenop. Ik zag mezelf al door de ogen van de mensen waar ik aanbelde staan: oh, daar heb je er weer zo een. Maar daar was niets van waar. Het was superleuk! We maakten de mensen juist blij met ons initiatief, ze werden enorm enthousiast.”

De kracht van de buur

Dat je als buur langs je buren gaat doet het ‘m, merkte Cyriel. “Ik stelde me voor als ‘de buurman van nummer 5’ en liet weten dat we ons wilden inzetten voor het verduurzamen van de buurt. Geen wc-eend die wc-eend aanbeveelt, maar een buurman of -vrouw die vertelt dat ‘ie z’n buurt mooier en leuker wil maken. Dat is een stuk toegankelijker én persoonlijker”. Het resultaat mocht er zijn, want 40 huishoudens meldden zich aan voor een infraroodscan.

Cyriel ging door. Hij zette een zonnepanelenactie op en overtuigde 10% van de huizen om mee te doen. “Meestal blijft het daar niet bij. Soms bellen buurtgenoten een half jaar nadat de actie voorbij is je nog op met de vraag of ze mee kunnen doen. Dan verwijzen we ze door naar het bedrijf waar we het uiteindelijk mee geregeld hebben. Iedere actie leidt altijd nog tot meer. Je blijft je buren inspireren met alles wat je doet.”

In november 2023 organiseerde Cyriel een buurtbijeenkomst waar ook een bouwkundige, iemand van de gemeente en deskundigen op het gebied van isoleren en warmtepompen aanwezig waren. “We gingen opnieuw langs de deur en lieten onze buren weten dat we een buurtbijeenkomst waar allemaal deskundigen aanwezig zouden zijn gingen organiseren. We hielden het vrijblijvend. Daar is 80 man op afgekomen waarvan de helft een gespreksaanvraag met één van de deskundigen heeft gedaan. Inmiddels heeft meer dan een kwart hiervan al een gesprek gehad. Een mooi resultaat!”

Meer dan alleen een kopje suiker

Voordat Cyriel met zijn buurtteam in actie kwam, werd er niet eerder iets door buren georganiseerd. “Er waren tien huizen in de buurt met zonnepanelen. Daar hebben wij door onze inzet verandering in gebracht. Inmiddels ligt er op de helft van alle daken in de wijk minstens één zonnepaneel. Daar ben ik trots op.”

Cyriel droomt ervan dat de buurt nog jaren doorgaat met buurtverbeteringen. “Ik hoop dat mensen in de buurt, los van mij en het groepje waarmee ik actief ben, zelf ook meer initiatief gaan nemen. Ik zou graag willen dat mensen leren dat ze een hoop aan elkaar hebben. Je kan voor meer dan alleen een kopje suiker bij elkaar terecht: van de inrichting van je tuin tot het samen regelen van een metselaar.”

“Het lijkt me geweldig als er zoveel initiatieven opgezet worden, dat de gemeente met de handen in het haar komt te zitten en denkt: ‘wat een aanvragen!’ Ik heb alvast aangegeven dat we ondersteuning willen van een buurtwerker. Iemand die de energie erin houdt en ons helpt om acties en verbeteringen van de grond te laten komen. En iemand die opmerkt wat er echt speelt in de buurt. Gelukkig hebben we als actieve buurt al een goede samenwerking met de gemeente. Ze faciliteren ons waar we dat nodig hebben.”

Het samen leuk hebben is het belangrijkste

Cyriel woont nu dertig jaar in Noorderveld, een groene jaren ’70-wijk in Peize. De wijk wordt gekenmerkt door grote tuinen en weinig tegels. “We hebben letterlijk een heel groene wijk. Het ziet er mooi en fris uit. Ik woon hier erg leuk. En dat wil ik graag zo houden. Daarom stop ik energie in mijn buurt door te doen wat ikzelf leuk vind: verduurzamen, plezierig wonen en samen aan de slag gaan. Ik wil de cohesie verbeteren. Het samen leuk hebben is het belangrijkste. Daar hebben we namelijk allemaal lol van”.

Het verbeteren van de wijk hoeft wat Cyriel betreft niet alleen over verduurzamen van huizen te gaan. Toch komt het daar telkens wel op uit. “Misschien omdat verduurzamen van huizen meerdere facetten raakt. Ik doe het voor het klimaat. Maar financiën en wooncomfort spelen ook een rol. Moeten de kozijnen vervangen worden? Dan regelen we meteen dubbelglas. M’n vrouw was het parket zat, en we hadden koude voeten. Wat doe je dan? Een nieuwe vloer én meteen vloerverwarming erin.”

Cyriel heeft zoveel verduurzaamd aan zijn huis dat hij nu energiecoach is en mensen in de buurt helpt bij het verduurzamen van hun huis. “Door alle initiatieven en acties die we opgezet hebben, heb ik heel veel mensen leren kennen. Maar nog meer mensen hebben mij leren kennen. Mensen komen bij mij langs als ze ergens meezitten. Ze spreken mij makkelijker aan. Dat is fijn, ik zie dat ik over het algemeen gewaardeerd word. En ik help ze graag!”

“We hebben elkaar heel erg nodig, we moeten elkaar helpen”

“We hebben elkaar heel erg nodig, we moeten elkaar helpen”

Ze komt uit Delft maar viel voor een student uit Noord-Holland. En dan woon je opeens alweer 25 jaar in het West-Friese Oudkarspel. “Een hecht dorp met een eerlijke en directe cultuur”, vertelt Marianne van der Ende. Ze sloot zich aan bij het dorpsplatform en hoorde er al snel bij. Ook vandaag de dag zet ze zich nog in voor het dorp. “We hebben elkaar nodig”.

Een gedreven vrouw in de IT

Na jarenlang gewerkt te hebben op de röntgenafdeling van een ziekenhuis en bij de bank, kwam Marianne terecht in de IT. Naast kennis over veranderen en techniek, leerde ze ook andere essentiële vaardigheden. “Als vrouw in een mannenwereld leer je voor jezelf opkomen. Ik ontdekte dat als je je mond houdt en alles laat gebeuren, je niet verder komt. Je hebt net wat meer pit nodig”, laat Marianne weten. “Ik vind het mooi om te zien dat er meer belangstelling komt voor wat vrouwen vroeger deden. Er komen films en series over vrouwelijke helden en uitvinders. Dat helpt de wereld te laten zien dat vrouwen ook serieus genomen kunnen worden.”

Marianne is haar leven lang al gedreven en uit op ‘meedoen’. “Ik denk dat dat komt doordat ik in de jaren ’70 op de middelbare school zat. Het maatschappelijke inspraakproces was bijvoorbeeld onderdeel van de lessen Nederlands en Maatschappijleer. Ik wilde zelf in actie komen.”

Eind 2006 sloot ze zich aan bij het dorpsplatform dat vanuit de gemeente opgezet werd. Daar heeft ze tot het eind in 2016 gezeten. “Het begon met heel veel betrokken mensen maar het werd steeds minder. Ambtenaren en politici gingen niet altijd mee in onze ideeën. Op een participatiebijeenkomst werd eens tegen bewoners gezegd: jullie mening en inspraak zijn goed, maar we hoeven hier niet per se iets mee te doen. En dat deden ze dan ook niet. Dat ging mensen tegenstaan. Toen hield het op”.

Samen dingen voor elkaar krijgen

Niet gek dus dat Marianne geïnteresseerd was toen de gemeente Dijk en Waard een samenwerking startte met Buurkracht op duurzaamheid. Als vrijwillig energiecoach wilde ze meer weten over de opzet. “Ik had eerst geen idee, maar ik vind het een mooi concept. Dat je met elkaar iets op kan zetten, samen met mensen die allemaal een andere ervaring hebben. Samen dingen voor elkaar krijgen en elkaar beter leren kennen, ook als je niet assertief of schreeuwerig bent.”

Door haar werkervaring voelt ze zich zelfverzekerd en sterk. “En dat is handig bij het opzetten van buurtinitiatieven. Alleen communiceren met de gemeente is soms wat lastig, want je boodschap politiekcorrect brengen lukt me niet altijd, daar ben ik soms te direct voor”. Het buurtteam was al opgericht door twee buurmannen. Later kwamen er meer bij en Marianne werd als enige vrouw in de groep aangewezen als voorzitter. “Eigenlijk past die rol niet zo goed bij me. Ik ben meer een helper. Soms voel ik me in de rol als voorzitter niet zo senang. Maar dat geeft niet, want we zijn een team. En ik heb Cees (buurtbegeleider Buurkracht, red.)”.

Don en Gosse, grondleggers van het Buurkrachtteam van Oudkarspel.

Buurkracht-collega Cees begeleidt het team bij het vormgeven aan het initiatief. Eerst is er een enquête uitgezet onder alle bewoners van Oudkarspel, om te peilen waar de interesses liggen in het dorp. “Cees regelt vanuit Buurkracht van alles. Hij houdt bij wie zich aanmeldt, belt met mensen wanneer dat nodig is en deelt praktijkvoorbeelden uit andere gemeentes met ons in de groep. Dat is handig, want zo hoeven we niet zelf het wiel uit te vinden.”

Uit de enquête is gebleken dat er behoefte is aan informatie over zonnepanelen, isolatieglas en warmtepompen. Daarom organiseert Marianne samen met haar team een bewonersavond waar zij een collectieve aanbieding willen doen voor de eerste twee maatregelen. “De tweede helft van de avond zal in het teken staan van informatie over warmtepompen. De gemeente heeft het Duurzaam Bouwloket ingeschakeld, zij gaan een onafhankelijke presentatie geven. Warmtepompen zijn best ingewikkeld. De werking van de warmtepomp is afhankelijk van de manier waarop je leeft, en de grootte van je huishouden. Daarnaast moet je als mens echt wennen aan genomen verduurzamingsmaatregelen. Voor je het weet is het ’s zomers 37 graden Celsius in je mega goed geïsoleerde huis.”

Benieuwd naar de Buurkracht-pagina van dit buurtteam? Bekijk ‘m hier!

Vormen van een team

Als voorzitter van het buurtteam heeft Marianne ook veel aan de begeleiding van Cees. “Ik sta er niet alleen voor. Cees weet, door ervaring met andere buurkracht-teams, wat wanneer handig is. Zo wordt het allemaal efficiënter. Als je out of the blue een team start, kan je zomaar je doel voorbij schieten. Je kan zaken te groot en te gedetailleerd maken waardoor je mensen verliest. Dat is zonde.”

Ook merkt Marianne dat het fijn is om met Cees te overleggen over dingen die ze in het team ziet gebeuren. “We zitten nog echt in de aftastende fase. We zijn nog een team aan het worden en aan het groeien. Dat is best een uitdaging. Als voorzitter moet ik daar op letten. Je zit aan tafel, ziet dingen gebeuren en vraagt je soms af ‘zie jij dat ook’? Deze dynamiek maakt het leuk en uitdagend. Dan kan ik Cees mailen en dan helpt hij ons verder”.

Aan de vooravond van iets moois

Marianne vindt het leuk om weer samen met andere dorpsbewoners iets te doen voor het dorp. “Al zijn er maar twee dorpsgenoten die gebruik gaan maken van onze aanbieding zijn we blij, dan hebben we toch iets bijgedragen. Ik verwacht een goede opkomst op de informatieavond. In het verleden hebben we ook meegemaakt dat er veel animo was als er iets in het dorp georganiseerd werd. Als je mensen de vrijheid geeft zelf te kiezen, en meebeweegt met wat zij belangrijk vinden, zijn ze bereid iets te doen.

Het buurtteam van Oudkarspel staat aan de vooravond van iets moois. Ze zijn er klaar voor om de buurtbewoner in z’n kracht te zetten. “We hebben elkaar heel erg nodig, we moeten elkaar helpen. Daarom willen we mensen graag enthousiasmeren om hun ervaringen te delen en er over te vertellen. Hoe fijn is het als je de buurman kunt aanschieten om te vragen hoe het ook al weer zit en waar je, bij het laten installeren van zonnepanelen en een warmtepomp, op moet letten. Als je alles een beetje algemener maakt, wordt het een stuk makkelijker.”

Marianne hoopt dat dit eerste initiatief een opstapje is naar meer mooie buur(t)teams. “Hopelijk gaan buren in ons dorp, na het verwezenlijken van deze isolatiemaatregelen, nog meer verbeteren en oplossen. Ik denk aan het verkeer, groenbeheer, eenzaamheid. Ik hoop dat de samenwerking met Buurkracht ervoor zorgt dat we als team gaan bloeien en andere buur(t)teams op ideeën brengen. Om meer kennis en ervaring op te doen, kom ik naar het evenement van Buurkracht. Ik ben heel benieuwd.”

“Prins Alexander is heel divers: des te mooier om iedereen bij elkaar te brengen”

“Prins Alexander is heel divers: des te mooier om iedereen bij elkaar te brengen”

De buurt groener maken in de stad. Is dat door de, in vergelijking met een dorp, grote afstand tussen buurtbewoners en de gemeente, mogelijk? “Ja zeker”, laat Pim Smeman uit de Rotterdamse wijk Prins Alexander weten. Met het initiatief AlexEnergie bereiken zij, samen met een groep andere buurtbewoners, 3000 inwoners in de wijk. “Ondanks dat ons initiatief kleinschalig is, hebben we daadwerkelijk wat bijgedragen”.

Sterke gemeenschapszin

Een collectieve actie én persoonlijke betrokkenheid: dat zijn de ideale ingrediënten voor het verenigen en verduurzamen van de buurt. Ook in de stad. Pim Smeman, inwoner van Prins Alexander richtte een buurtteam op. “Wat begon met een enquête waaruit bleek dat zonnepanelen het meest belangrijk gevonden werden door bewoners, is nu uitgegroeid tot teams die doorpakken met het onder de aandacht brengen van verduurzaming van de eigen woning en dat als je dat collectief doet het leuker en goedkoper is.”

Bij het opzetten en laten slagen van projecten is de kracht van de gemeenschap van groot belang. “Directe interactie met buren en het gebruikmaken van ons netwerk was cruciaal. Door technologie, met voorbeelden als warmtescanopnames, van het gas af van een straat begeleiden met calculatie en berekeningen te combineren met het persoonlijk benaderen van onze buren, wisten we interesse en betrokkenheid te krijgen”, laat Pim weten. Het mooie is dat deze energie-initiatieven niet alleen voor duurzame verbeteringen zorgen, maar ook de sociale cohesie in de gemeenschap versterken. “Je kent je buren links en rechts, maar sommige mensen hebben een hele drukke agenda. Dus je kent en ziet niet altijd al je buren. Veel contact blijft daardoor sporadisch. Maar door deze acties zie je ze juist wel. Ze raakten met elkaar in gesprek.”

Behoeftes van de wijk

AlexEnergie startte met een focus op het implementeren van collectieve duurzaamheidsmaatregelen, maar bij dit buurtinitiatief werd snel zonne-energie als individuele prioriteit geïdentificeerd. “Vanuit een initiële enquête bleek dat zonnepanelen bovenaan de lijst van bewonersprioriteiten stonden. Dit heeft ons richting gegeven voor onze eerste grote actie,” legt Smeman uit. De keuze om zich te richten op één specifieke maatregel per keer bleek een succesvolle strategie, waardoor het team effectief zonnepanelen, en later vloerisolatie, bij meerdere huishoudens kon installeren.

De evolutie van het project naar verduurSamen markeert een belangrijk moment van zelfredzaamheid en toewijding binnen de gemeenschap. “Na onze eerste succesvolle actie vroegen mensen: wat nu? In plaats van te wachten op externe financiering, besloten we zelfstandig door te gaan. Dat leerproces en die onafhankelijkheid zijn van onschatbare waarde,” deelt Smeman.

“Prins Alexander is heel divers. Er wonen hier rijke en arme mensen en mensen van allerlei afkomsten. Van de nieuwste en duurste huizen, waar alles erop en eraan zit, in de wijk Nesselande tot het dorpsachtige Kralingse Veer. Des te mooier om iedereen bij elkaar te krijgen”, vertelt Pim. Wat hem betreft wordt er gebouwd aan een sterk gemeenschapsgevoel. “Een soort clubhuis, waar mensen kunnen samenkomen, zou fantastisch zijn. Het zou een fysieke plek bieden waar onze gemeenschap kan groeien, ideeën kan uitwisselen, en samen kan komen,” stelt hij voor, onderstrepend hoe belangrijk het sociale aspect is voor de levensduur en het succes van dergelijke initiatieven.

Samenwerking met gemeente

De samenwerking met de Gemeente Rotterdam heeft voor AlexEnergie soms meer weg van een doolhof dan van een geoliede machine. “Het is echt een uitdaging,” verzucht Pim, “Je hebt te maken met zoveel afdelingen en belangen, dat je het ene moment denkt dat je hulp krijgt en het volgende moment staat alles weer op losse schroeven.”

Deze wisselvalligheid ervoeren ze aan den lijve toen ze met goede bedoelingen borden plaatsten om de wijk te informeren. “Eerst kregen we groen licht van de gemeente, maar toen kwam de handhaving langs en moest alles weer weg. Niet veel later kregen we van een andere ambtenaar te horen dat het toch in orde was. Hoe kun je daar nou op bouwen?” vraagt Pim zich hardop af.

De contrasten met kleinere gemeenschappen zijn groot. “In kleinere gemeentes loop je hier minder snel tegenaan.De versnippering binnen de gemeente kan ontmoedigend zijn. Soms steunt een afdeling ons volledig, terwijl een andere onverwacht obstakels opwerpt”, merkt Smeman op. “Hier in Rotterdam kan het soms twee jaar duren voordat je echt iets van de grond krijgt. Dat frustreert.” Pim’s ervaringen onderstrepen het belang van heldere communicatie en samenwerking binnen de gemeentelijke machinerie, iets wat essentieel is om initiatieven zoals die van AlexEnergie succesvol te laten zijn. “Maar we blijven in gesprek en er wordt nog steeds voortgang bereikt.”

Op zoek naar vrijwilligers

De uitdagingen in het aantrekken van vrijwilligers en de complexe interactie met de gemeente Rotterdam onthullen echter ook de hindernissen op de weg naar verduurzaming. “Een netwerk opbouwen kost tijd en geld. Als je dan eindelijk een beetje wind mee hebt, zijn de hazen soms ineens anders gaan lopen. Lange termijn zekerheid is ook voor vrijwilligers motiverend”, laat Smeman weten. Dit illustreert de noodzaak van geduld en volharding in het streven naar gemeenschappelijke doelen.

Ondanks deze uitdagingen blijft AlexEnergie groeien en evolueren, met nu 250 leden die zich inzetten voor een duurzamere wijk. “We hebben een beweging gecreëerd die meer is dan alleen duurzaamheid. Het gaat over gemeenschap, over samenwerking, en over het samen bouwen aan een betere toekomst,” concludeert Smeman. Zijn verhaal en de successen van AlexEnergie bieden inspiratie en inzicht in hoe gemeenschappen kunnen samenwerken aan de transitie naar duurzaamheid, terwijl ze tegelijkertijd sterkere sociale banden smeden.

“Met onze ideeën lieten we de gemeente zien een serieuze gesprekspartner te zijn”

“Met onze ideeën lieten we de gemeente zien een serieuze gesprekspartner te zijn”

Als er iemand is die iets voor z’n buurt overheeft, dan is dat Frank Lieuwen uit Deventer wel. Van bestuurslid zijn van de plaatselijke speeltuin tot het opzetten van een voedselcoöperatie: Frank gaat ervoor. “Samenwerken met buren maakt me gelukkig”, zegt hij. “Het allerleukste is eigenlijk het geklooi met elkaar.” Samen met zijn duurzaamheidsteam maken ze hun wijk steeds een beetje mooier.

Duurzaamheidsteam in actie

Wat doe je als de gemeente laat weten van het gas af te willen? Dan zet je een duurzaamheidsteam op. Frank Lieuwen, uit de Deventerse wijk Zandweerd, kwam in 2018 met een groepje buren in actie. Ze richtten een team op, bestaande uit 25 mensen. Frank is al jarenlang één van de kartrekkers. “Ik ben een milieu- en klimaatbewust persoon. Mijn doel is om onze wijk mooier te maken. Een mooie, duurzame én veilige wijk”.

Het team ging meteen aan de slag. Met hulp van Buurkracht-begeleider Robert Jansen stelde ze een buurtplan op dat uit meerdere onderdelen bestond. “Onze wijk bestaat uit verschillende soorten huizen met vooral veel oude exemplaren. De conclusie was dan ook: isoleren, isoleren”, laat Frank weten.

Het team werd in groepjes opgedeeld en ieder groepje boog zich over een ander onderwerp. Er ontstonden ideeën. “Die ideeën koppelden we meteen terug aan de gemeente. We wilden geen punten zetten, maar komma’s, concrete plannen maken en acties uitvoeren. Met onze ideeën lieten we zien dat we een serieuze gesprekspartner waren. Toen is het gaan rollen”, vertelt Frank.

De eerste grote actie

Samen met Buurkracht werd de eerste grote actie op poten gezet: de ‘groene daken’-actie. Omdat de coronapandemie actief was tijdens dit initiatief, regelden het duurzaamheidsteam, waar Frank onderdeel van uitmaakte, een webinar. Daar kwamen heel wat geïnteresseerden op af. “We nodigden ook een leverancier uit die alles vertelde over de opties en oplossingen. Na afloop verzamelden we alle aanvragen en gingen we langs bij het waterschap. Niet veel later werd ons een subsidie verleend. In 2021 konden we daarom al 750 m² sedumdak plaatsen.”

Als een olievlek verspreidde het groene dakeninitiatief zich door de wijk. “Als je buurman het doet, wil jij het ook, merkten we. Daarom organiseerden we het jaar erop nog zo’n actie. Met succes. In totaal hebben we 2000 m² aan groene daken gelegd.” Omdat de huizen in de wijk zo varieerden, werd er ook rekening gehouden met daken die zware dakbedekking niet aankonden. “Daar hadden we dakbloemweidedaken voor. Dat creëer je door zaden te strooien. Zo hielden we met rekening met iedereen”, voegt Frank toe.

Een gevarieerde wijk

Zandweerd is een grote wijk, bestaande uit 5500 huishoudens. De ene kant van de wijk grenst aan het centrum van Deventer en aan de andere kant vind je de IJssel. Het verschil tussen het nieuwste en oudste huis is 150 jaar. “De ligging van Zandweerd, de hoeveelheid huishoudens en de verschillende soorten huizen maken de wijk mooi. Als ik mijn deur uitstap ben ik zo in hartje Deventer. Maar ik loop ook zo op de dijk bij de IJssel. Een heel veelzijdige wijk”, laat Frank weten.

Die veelzijdigheid maakt de wijk ook complex. “Het verschil in inkomen is namelijk ook enorm. Daardoor is het uitdagender om onze buurtgenoten te bereiken, want je kunt niet één zelfde strategie gebruiken. De één heeft namelijk andere behoeftes dan de ander.” Gelukkig blijft de boodschap hetzelfde. “Alleen de route is anders. Daarom gaan we op zoek naar de behoeftes in onze wijk, want niet iedereen komt uit zichzelf naar je toe. En dat doen we op zo leuk mogelijke manieren. Afgelopen december zetten we kerstbomen neer in de straat waar buurtgenoten hun wensen voor de buurt konden ophangen. Dit werd gedaan om de zichtbaarheid van het duurzaamheidsteam te vergroten.”

De smaak te pakken

Na het groene dakenproject volgden meer buurtacties. Zo organiseerde het duurzaamheidsteam een klussendienst. Heb je een klus te klaren in huis, maar lukt het zelf niet om dat te doen, dan zorgt de klusdienst dat het gebeurt. “Het werkt op basis van wederkerigheid en je mag doen waar je goed in bent. Dus is er iets stuk in je huis en ben je goed in bakken? Dan geef je als tegenruil een lekkere cake aan degene die de klus klaart”.

Het team had de smaak te pakken en ging door. Er werd een deelauto-initiatief opgezet door een paar enthousiaste wijkbewoners waardoor er nu twee elektrische auto’s in de wijk staan die iedereen kan gebruiken. “Een stuk laagdrempeliger en persoonlijker dan de bekendere deelautoplatforms. Je stuurt gewoon een berichtje in de groepswhatsapp en het is geregeld”, vertelt Frank.

Wat kan nog meer gedeeld worden? Juist: eten. Daarom werd er ook een voedselcoöperatie opgezet. Momenteel doen daar twaalf gezinnen uit Zandweerd aan mee. “Op maandag en dinsdag doen we een bestelling bij de boer. Vrijdagmiddag haalt één van de twaalf gezinnen de pakketten op. Het voelt goed om het zo te doen. We genieten van vers eten en slaan onnodige ketens in de voedingsindustrie over”, zegt Frank.

Al die mooie initiatieven werden beloond met eretitels en prijzen. Zo kreeg de klusdienst van Zandweerd een innovatieprijs, uitgereikt door de gemeente Deventer. En in 2021 ontving het duurzaamheidsteam de Overijsselse vrijwilligersprijs van de provincie.

Frank merkt dat hoe meer je organiseert, en hoe meer initiatieven je neemt, het contact met de gemeente steeds beter wordt. “Alhoewel het soms voelt als trekken aan een dood paard als je moet samenwerken met een overheidsinstantie”. Toch blijft het energie geven.

De buurtborrel

Het duurzaamheidsteam is nog altijd actief, met een harde kern van ongeveer zes mensen. “We zijn nooit klaar. We kijken elk jaar weer waar er behoefte aan is. We proberen alles en iedereen aan de praat te krijgen”, vertelt Frank. “Onder andere door de kerstbomenactie. Maar ook door een buurtborrel. Die organiseren wij iedere maand. Dan gaan we ergens zitten en met elkaar kletsen. We buigen ons over duurzame onderwerpen. Uiteindelijk gaat het gesprek niet meer over duurzaamheid maar over wat voor maatregelen de buurman of –vrouw doet. En hoe dat bevalt. De borrel zorgt ervoor dat we het gevoel hebben er niet alleen voor te staan. Doordat we alles met elkaar doen, ontstaat er verbinding. Logisch, als je allemaal hetzelfde doet.”

“Samenwerken met buren maakt me gelukkig, anders ga ik er niet mee door”, voegt Frank als laatste nog toe aan zijn verhaal. “Het geklooi met elkaar is eigenlijk het allerleukste.”